Marie-Christine

Eerste diagnose in 2009

Marie-Christine (64) leeft al 12 jaar met longkanker. Die is intussen uitgezaaid in haar hersenen. Daarvoor is ze geopereerd. Ze heeft ook bestralingen, chemo en tomotherapie gehad. Marie-Christine is uitbehandeld, maar kiest resoluut voor het leven. Mét kanker.

Ik stop het in een apart vakje in mijn hoofd. Ik leef zo normaal mogelijk en blijf optimistisch. Je mag die kanker je leven niet laten bepalen. Je moet voor jezelf leven, niet voor de kanker.

Je kan hier de verhalen, de ideeën en de meningen van individuele getuigen vinden. Jouw situatie zou weleens helemaal anders kunnen zijn. Net daarom kunnen deze ideeën je misschien niet meteen verder helpen.

Het verhaal van de kanker van Marie-Christine.

  • Twaalf jaar geleden zijn er bij een longfoto van Marie-Christine vlekken te zien.
  • Zelf denkt ze dat het te maken heeft met de tuberculose die ze vroeger heeft doorgemaakt; het blijkt longkanker te zijn.
  • Van haar aangetaste long worden twee lobben verwijderd, Marie-Christine krijgt ook chemo en bestralingen.
  • Vijf jaar later blijkt ook haar andere long aangetast. Ze ondergaat tomotherapie en verliest een lob van deze long.
  • Twee jaar geleden blijkt ook haar longvlies aangetast.
  • Een jaar geleden worden er uitzaaiingen in haar hersenen geconstateerd. Daaraan wordt ze geopereerd.
  • Marie-Christine is intussen uitbehandeld, maar heeft om de drie maanden een check-up waarbij haar (pijn)medicatie wordt aangepast als dat nodig is.

“Ik wou me aanvankelijk niet laten opereren. Het was mijn man die aandrong dat ik het liet doen. Ze zouden aanvankelijk één lob wegnemen, maar twee lobben plakten samen en zijn dus allebei verwijderd. Daarna word je dan elk jaar uitvoerig onderzocht. Daarbij vonden ze drie vlekken aan de andere kant. Daarvoor heb ik bestraling gehad. Ik had een zenuwknoop die kwaadaardige cellen bevatte, daarvoor heb ik chemo gehad. Daar was ik helemaal niet ziek van. Ik heb mijn haar ook niet verloren. Ik heb er niks van gevoeld. Daarna kon er alleen nog tomotherapie, die is nog sterker dan gewoon bestralingen. Daardoor was die aangetaste zenuwknoop weg, maar ik was ook een lob van mijn long kwijt. Er blijven er nog twee over. Ik ben twee jaar geleden ook geopereerd aan mijn longvlies en ik heb nog steeds een vlek op mijn long. Vorig jaar ben ik gevallen, zomaar uit het niets. Het deed geen pijn, maar bij een MRI bleek dat ik uitzaaiingen had in mijn hersenen. Ik ben daaraan geopereerd en het gaat relatief goed met me. Ik heb er niks aan overgehouden, geen geheugenverlies, niks.”

“In het totaal heb ik 18 biopsieën gehad. Als een biopsie goed gedaan wordt, doet dat geen pijn. Wel als je een klaplong hebt: dat doet écht pijn.”

“Ik heb het hele scala aan behandelingen gehad: bestralingen, chemo, tomotherapie... En ik heb gevraagd of immunotherapie een optie zou zijn, daar wordt veel over gepraat. Ze hebben het gecheckt, maar in mijn geval zou dat niet werken.”

“Op dit moment volg ik geen enkele behandeling. Om de drie maanden word ik helemaal doorgelicht met een hele reeks onderzoeken, maar ik onderga geen therapeutische behandelingen. Als ik zeg dat ik pijn heb, krijg ik daar medicatie voor op basis van morfine. Mijn vader zei altijd: ‘je moet je geen zorgen maken. Als je je zorgen maakt, sterf je vroeger.’ Leef zo normaal mogelijk, zoals het gaat, daar moet je het mee doen. Ik ben er nog altijd.”

EMOTIES

“Ik stel me mijn kanker voor als een krab, die groeit en verder evolueert. Een lelijk beest, net als de kanker zelf. Precies hetzelfde.”

“Ik heb maar één long meer, maar voor mij is er zo goed als niks veranderd. Het enige verschil is dat ik niet even snel leef als tevoren. Ik zie er ook helemaal niet uit alsof ik kanker heb, dat heeft mijn arts me ook al verschillende keren gezegd. Mensen weten het ook niet. In mijn dichte omgeving wel, mijn beste vrienden weten het uiteraard, maar ik praat er niet over. Ik heb er niet te veel last van. Andere mensen weten het niet. Het is voor mij niet zo belangrijk om er over te praten. Ik stop het in een apart vakje in mijn hoofd. Ik leef zo normaal mogelijk en blijf optimistisch.”

“Ik ben iemand die graag anderen helpt. Als ik iemand tegenkom met longkanker die de het niet meer ziet zitten, dan zal ik die aanmoedigen. Dat geldt in het algemeen: als iemands moraal zakt, wil ik graag laten zien dat het anders kan. Als iemand me vraagt hoe het gaat, antwoord ik steevast: ‘ça va’.”

“Als ik op Facebook zie dat iemand zich niet goed voelt, piekert, dan zal ik erover praten, anders niet. Als ik mensen zie die piekeren over hun kanker, over hun therapie van chemo of bestralingen, over je slecht voelen na je behandeling... Volgens mij piekeren ze te veel. Als je bezig kan zijn met andere dingen, gaat dat allemaal gemakkelijker. Ja, je hebt kanker, maar je moet leven, normaal leven. Ik leef samen met mijn kanker. En dus heb ik er niet zoveel last van.”

FAMILIE & VRIENDEN

“Hoe mijn zoon reageert? Hij toont het niet”

“Hoe mijn zoon reageert? Moeilijk te zeggen, hij toont het niet. Ik weet dat hij in paniek i"s telkens als ik me laat opereren, maar hij toont het niet. Mijn dochter was erbij toen ik te horen kreeg dat ik een vlek op mijn long had. Ze begon te huilen, maar ik zei haar dat het niet nodig was, dat het te maken had met die tuberculose. Ik ben niet in het ziekenhuis gebleven. Ik had nog een onderzoek en daarna ben ik vertrokken, om thuis voor mijn man te zorgen. Het bleek dus wel degelijk kanker te zijn.”

GEZONDHEID EN CONDITIE

“Ik leef zo normaal mogelijk, al gaat alles niet zo vlot als vroeger”

“Voor ik longkanker kreeg, heb ik gerookt, ja. Toen mijn long verwijderd was, heb ik vijf jaar niet gerookt, maar de kanker was al teruggekeerd, ook al wist men dat nog niet. Toen mijn man stierf, ben ik opnieuw gaan roken. Ik ben opnieuw begonnen omdat het allemaal zo zwaar was. Ik heb mijn man begeleid van in het begin tot het einde.”

“Ik word niet graag geholpen. Ik heb ook geen hulp in huis, enkel de verpleegster die twee keer per week aan huis komt. Ik was mezelf, ik kleed mezelf aan, ik doe alles zelf. Ik wil écht niet van iemand afhankelijk zijn, dat kan ik echt niet.”

“Ik leef zo normaal mogelijk. Ik poets zelf, al gaat dat niet zo vlot als vroeger. Dat stoort me wel een beetje, maar ik doe nog hetzelfde als voor mijn kanker. Voor mij is er geen verschil daar.”

“Op een gewone dag sta ik om zes uur ‘s morgens op, altijd zo geweest. Ik laat de hond uit, was me, kleed me aan, doe het huishouden... Ik heb een vriendin die geregeld langskomt en die ervoor zorgt dat ik vaker buitenkom dan vroeger. Ik ben van nature eerder een huismus dan iemand die vaak op stap gaat. Ik maak mijn eten, ik leef net als ieder ander, eigenlijk. Als ik tijd heb, lees ik. Ik lees veel.”

Marie-Christine is uitbehandeld. Dat perspectief heeft haar doen nadenken over haar levenseinde: wat wil ze en wat niet? Ze heeft uitdrukkelijk gekozen voor euthanasie, als ze afhankelijk zou worden van anderen. Ook al is dat niet voor iedereen zo, haar geeft deze optie rust. Haar keuze voor euthanasie is voor haar een manier om te kiezen voor het leven, om de tijd die ze heeft zo kwalitatief mogelijk door te brengen. Mocht u vragen hebben over euthanasie, bespreek het zeker met uw arts.

“Als ik door mijn kanker afhankelijk zou moeten worden van iemand, dan wordt het euthanasie. Ik wil van niemand afhankelijk zijn. Nee; dat nooit. Ik heb alle papieren al ingevuld, mijn euthanasieverklaring ligt klaar. Toen ik geopereerd ben voor de uitzaaiingen in mijn hersenen, heb ik tegen de anesthesist gezegd: als het fout gaat, ligt mijn euthanasieverklaring klaar. Ik wil niet in een rolstoel belanden of niet meer kunnen zien of afhankelijk zijn van iemand. Als dat het geval is, wil ik euthanasie.”

WERK

“Toen ik moest stoppen met werken... Dat is het moeilijkste geweest voor mij.”

FINANCIËN

“Financieel verandert er wel het een en ander als je ziek bent. Je hebt veel extra kosten: medicijnen, transport dat je moet aanvragen... Dat kost geld. Er wordt wel een deel terugbetaald, maar je hebt heel veel kosten.”

DE TOEKOMSTPERSPECTIEVEN VAN MARIE-CHRISTINE

“Hoe kijk ik naar de toekomst? Op dit moment leid ik nog een normaal leven, ik denk niet echt aan de toekomst. Ik zeg altijd: ‘als je tijd van gaan daar is, is het zo. Dan moet je gaan. Dat heb je niet te kiezen, daar moet je het maar mee doen. Ver in de toekomst kijken, dat doe ik niet.”

“Ik leef al lang met longkanker. In het begin hadden ze me negen jaar gegeven, maar ik heb me daarop niet gefocust, ik heb daar niet op gerekend. En ik ben er nog altijd, dus... Je kunt heel lang leven met kanker. Tenminste: als je gewoon leeft. Je mag die kanker je leven niet laten bepalen. Je moet voor jezelf leven, niet voor de kanker.”

Back to top