Jeffrey

Gediagnosticeerd in 2015

Jeffrey is een Nederlandse papa van 40 jaar uit Koewacht. Hij kreeg op zijn 38ste te horen dat hij longkanker had en de 40 niet zou halen. Hij besloot vanaf dag één ervoor te gaan. Voor het leven, voor zijn zoontje, voor zijn vrouw. Deze zomer gaf hij een groots veertigste verjaardagsfeest.

Ga er vanaf het begin voor de volle honderd procent voor. Laat nooit je hoofd hangen. Dat heeft geen nut. Niet voor jou, niet voor je omgeving. Gebruik de tijd die je hebt zoals je zelf wilt ... als je er de kans toe hebt.

U vindt hier de verhalen, de ideeën en de meningen van individuele getuigen. Uw situatie zou weleens helemaal anders kunnen zijn. Net daarom kunnen deze ideeën u misschien niet meteen verder helpen.

Het parcours van Jeffrey

  • Beginnende heesheid en stemverlies in 2014
  • Eerste diagnose? Keelontsteking. Jeffrey dringt aan op een longfoto. Die toont gezwollen klieren tussen de longen.
  • Tweede diagnose na een CT-scan van een longbiopt: uitgezaaide longkanker, stadium 4.
  • Chemotherapie lijkt niet te helpen. Niet in het lokale ziekenhuis, niet in het Gentse UZ.
  • Jeffrey en zijn dokters stappen over op immunotherapie. Dat doet hij nu al tien maanden. Met resultaat.

Alles begon met hees worden. Mijn stem werd slechter. Uiteindelijk kon ik zelfs niet meer spreken. En toen voelde ik een knobbel in mijn nek terwijl ik onder de douche stond. De dokter dacht eerst aan een keelontsteking, maar ik voelde al snel dat het een foute analyse was. Ik drong aan om een longfoto te maken. Daarop waren er vergrote klieren te zien tussen de longen. In de longen zag je nog niets op die foto. Een CT-scan van een biopt velde uiteindelijk het harde verdict: ik had uitgezaaide longkanker, stadium 4.

Een maand later lag ik aan de chemotherapie. Na vier kuren bleek er geen verbetering. Ik stapte over naar het Gentse UZ. De chemo’s daar hadden ook weinig of geen effect. Daarom besloten de dokters immunotherapie te proberen. Ik was meteen overtuigd dat het de goede therapie was. En mijn gevoel bleek juist. Ondertussen krijg ik tien maanden immunotherapie. En het wérkt. Nu is het hopen dat de kanker dankzij deze therapie chronisch wordt.

EMOTIES

De eerste twee weken na de diagnose was ik boos. Waarop? Ik had gewoon nooit iets gemerkt. De arts zei me dat ik misschien al vijf, zes jaar ziek was. Nooit iets gevoeld. En nu kon ik aan die ziekte niets meer veranderen. Dat maakt je kwaad. Maar je kan er niets meer aan veranderen. Dus helpt die boosheid niet.

Wat wél helpt: er volledig voor gaan. Dat deed ik vanaf dag één. Toen ik de diagnose te horen kreeg, was ik 38 jaar. De dokter zei me dat ik geen veertig zou worden. Ik dacht: Dat zullen we wel eens zien! En kijk: deze zomer heb ik voor mijn veertigste verjaardag een groot feest gegeven. Magnifiek.

Daarvoor vloog ik sowieso ook niet door het leven. Maar ondertussen relativeer ik de dingen toch nog meer. Vrienden zeggen wel eens dat we meer moeten genieten. Dat deden we al, alleen zijn we er nu meer van bewust als we leuke dingen doen.

Ik heb 25 jaar gerookt. Daar kan ik nu niets meer aan veranderen. Volgens de arts is het helemaal niet zeker dat sigaretten de oorzaak zijn van mijn longkanker. Maar ja ... Je weet dat roken sowieso niet goed is. En ik heb het wel gedaan. Zelfs nog voor ik mijn eerste sigaret opstak. Want papa en mama rookten overal. Thuis, en in de auto. Met de ramen dicht. Gelukkig zie je dat nu minder.

FAMILIE & VRIENDEN

Iedereen reageert op zijn manier

Die eerste periode was zwaar. Voor mij, maar zeker ook voor mijn gezin. Mijn zoontje was toen zes. Hij wist totaal niet hoe hij moest reageren. Voor mijn vrouw was het óók niet evident. Dat heeft zich ondertussen, dankzij alle hulp, gestabiliseerd. Maar het blijft moeilijk. Alle toekomst die je dacht te hebben, is weg. Iets in de agenda noteren voor binnen twee maanden? Ook lastig. Je durft het bijna niet. Maar je moet voor jezelf daarin vertrouwen proberen te krijgen....

Die voortdurende onzekerheid is er altijd. Je schippert tussen het gevoel van vooruit te willen gaan. Te blijven vechten. En ondertussen wéét je dat het realistisch is dat je waarschijnlijk geen tachtig zal worden. De ziekte is er altijd. Ook al word je soms wat euforisch, en denk je dat je de tachtig tóch zal halen.

Ik had vroeger de neiging om snel in de put te zitten. Dat is – gek genoeg – ondertussen compleet weg. Pas op: ik heb genoeg slechte momenten gehad. En van zodra je jezelf lichamelijk slecht voelt, gaat het in je hoofd ook slechter. Tijdens mijn chemotherapie voelde ik mezelf veel minder opgewekt.

Iedereen reageert anders. Sommige vrienden zie je plots heel veel, anderen blijven liever weg. Zij weten niet wat ze moeten zeggen. Dat begrijp ik. Een collega van me had ook kanker. Ondertussen is hij overleden. Ik wist mezelf tegenover hem geen houding aan te meten. Want wat moet je vragen? “Hoe is het?” Dat is zo’n standaardvraag. Maar om die vraag draait het wel. Want als ik kan antwoorden “Het gaat goed”, vind ik dat heel mooi.

Soms zeggen vrienden me dat ze niet begrijpen hoe ik kan blijven vechten. Elke dag opnieuw. Ik moét wel. Ik heb een vrouw en een kind. Wat op de bank gaan zitten niksen, daar schiet ik niets mee op.

GEZONDHEID & BEWEGING

Ik leef normaal

Of de dokters zeiden dat ik meer kans maakte om te genezen, dankzij mijn jonge leeftijd? Niet echt. Je ziet het steeds vaker, jonge mensen met kanker. Net op het moment dat ik mijn diagnose kreeg, was er een leeftijdsgenoot die dezelfde diagnose kreeg.

Voortdurend bezig zijn, dat doet me enorm deugd. Dat lukt me, maar dan vooral dankzij de immunotherapie. Met chemotherapie kan je niet werken. Zelfs al is het in de tuin. Ik kan best nog wel veel aan. Bijna alles, eigenlijk. Behalve laat op stap gaan. Dat is wel eens lastig. (lacht)

Mijn levenskwaliteit is ... 95 procent, schat ik. Dat was bij de chemotherapie heel wat minder. Terwijl ik er weinig last van had, in vergelijking met anderen. De chemo maakte me wel moe, maar dat geldt voor iedereen.

Ik leef normaal. En ik zie er gezond uit. Ik voel me zelfs fysiek beter dan toen ik de diagnose niet had gekregen, maar wél nog dagelijks rookte. Eerlijk? Ik moet af en toe oppassen dat ik niet té veel hooi op de vork neem. Op mijn werk of thuis moet ik het iets rustiger aan doen dan vroeger, dat wel. Maar het voelt fantastisch om nog zo te kunnen leven. Het enige waarvan ik last heb, zijn de knobbels in mijn nek die te pas en te onpas verschijnen.

DIEET & VOEDING

Tijdens mijn chemotherapie ging ik plots anders eten. Slechter, ook. Voeding die je lekker vond, lust je plots niet meer. Maar nu heb ik weer een gezonde eetlust. Ik ga ook weer graag op restaurant. En ik zit weer op gewicht. In februari had ik ernstige complicaties. Ik weeg nog 68 kilo. Nu, een half jaar later, weeg ik weer 82 kilo.

REIZEN

We spaarden al een tijdje om een reis naar Noorwegen te maken. Dat gaat nu niet meer. De ziekte heeft voor een stuk onze toekomst afgenomen. Dat maakt het extra zwaar.

Vakantie is fijn ... Maar deze zomer was ik dolblij dat ik weer kon gaan werken. Genieten van de rust ... Pff, niets voor mij. Bovendien moet je in het buitenland altijd oppassen. De medische zorg is niet overal even hoogstaand. En het risico op complicaties bij jezelf is altijd reëel.

Ik kan me ook ontspannen tijdens mijn hobby’s. Klusjes in huis doen, verbouwen, of mijn oude Volvo onderhouden.

WERK

Mijn werk is mijn sportschool

Ik kan nog gaan werken. Dat is voor mij – uiteraard – belangrijk, maar ook voor ons zoontje. Papa die gaat werken, dat is voor hem normaal. Papa die thuis klusjes doet: ook. We willen voor hem het leven zo normaal mogelijk houden.

Ik ben vrachtwagenchauffeur. Ik rij regionaal, ik maak korte ritten. Dat betekent: veel in-en uitstappen, veel heffen, ... Dat vergt veel spierkracht. Eigenlijk is dat een soort sportschool. En dat doet me echt goed. Bovendien heb ik een heel begripvolle werkgever. En ik vind mijn werk heel leuk.

FINANCIËN

Vervelend papierwerk

Doe leuke dingen”, zeggen vrienden me. Alsof ik zomaar ergens een zak geld heb staan. Ik heb het geluk dat ik werk heb, maar de ziekte begint langzaam ook een financiële tol te eisen. Ik heb een jaar niet gewerkt en van een uitkering geleefd, en mijn vrouw heeft ook een tijdje haar werkritme aangepast. Dat voel je.

Ik heb twintig jaar gewerkt en altijd bijgedragen aan de maatschappij. Maar net als je het zélf het meeste nodig hebt, verdien je juist het minste. We hebben het zeker niet slecht, hoor. Maar het zou toch makkelijker moeten kunnen, vind ik. Want je mag ook niet zomaar aan de slag blijven. Om de zes weken moet ik bijvoorbeeld naar de controle-arts. De zorgverzekering moet je ook allemaal regelen. Veel vervelend papierwerk.

DE VOORUITZICHTEN VAN JEFFREY

Tips voor je vrienden? Zeg hen dat ze gerust interesse mogen tonen. Op welke manier ook. Weten ze niet wat ze moeten zeggen? Dan mogen ze dat gerust laten weten.

Ik heb eigenlijk een redelijk normaal leven. De kunst gaat zijn om dat zo lang mogelijk vol te houden. Ik vermoed dat het nog lang goed zal gaan. Maar dat het op een moment ook op zal zijn. Wanneer? Daar heb ik wel vertrouwen in. Toegegeven: dat vertrouwen moet nog groeien. Want ik vind het nog altijd een vreemd woord: toekomst.

Zoek niet naar diagnoses op internet. Zo maak je jezelf helemaal gek. Ga eerst naar de dokter. Eens je de diagnose hebt, kan je altijd nog op internet surfen.

Of je nu wel of niet gerookt hebt: je hebt hier niet om gevraagd. Geeft jouw dokter jou een schuldgevoel? Dat kan niet de bedoeling zijn. Zoek dan gerust een andere dokter. Volg daarbij je instinct.

Ga er vanaf het begin voor de volle honderd procent voor. Laat nooit je hoofd hangen. Dat heeft geen nut. Niet voor jou, niet voor je omgeving. Gebruik de tijd die je hebt zoals je zelf wilt ... als je er de kans toe hebt.

 

Getuigenis afgenomen in september 2016

Terug naar boven