Axelle

Eerste diagnose in 2018

Kanker hebben is geen schande!

Zes jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik er nu nog zou zijn.

Axelle (66) is omringd door de natuur. Samen met haar man woont ze in een afgelegen dorpje, in een ruim huis met zicht op de tuin. Zes jaar geleden bleek dat ze een kanker had van de bronchiën. Die was op dat ogenblik reeds uitgezaaid tot in de hersenen. Het zag er toen niet goed uit voor Axelle. Maar, ondanks alles bleef ze het leven positief tegemoet kijken.

J“Ik heb geleerd dat je positief moet blijven. Want toen ik te horen kreeg dat de kanker al was uitgezaaid naar de hersenen, kon ik niet vermoeden dat ik er nu nog altijd zou zijn”.
Eigenlijk ben ik wel fier op mezelf. Zo heb ik geleerd om ‘nee’ te durven zeggen aan anderen. Als destijds iemand iets vroeg durfde ik nooit te weigeren. Wel, nu kan ik dat wel!

U vindt hier de verhalen, de ideeën en de meningen van individuele getuigen. Uw situatie zou weleens helemaal anders kunnen zijn. Net daarom kunnen deze ideeën u misschien niet meteen verder helpen.

Axelle haar verhaal over de kanker in haar luchtpijpvertakkingen.

  • In 2012 voelde Axelle zich vaak moe en werd duizelig als ze zich voorover boog.
  • Op een scan van de hersenen waren uitzaaiingen te zien.
  • Er gebeurde een longtest die wees uit dat ze bronchiale kanker had; een kanker van de luchtpijpvertakkingen.
  • Ze kreeg te horen dat ze maar 6 tot 12 maanden meer te leven had.
  • Ze startte snel met radiotherapie om de metastasen in de hersenen te bestrijden. Om de kanker in de longen aan te pakken kreeg Axelle chemotherapie.
  • In haar hersenen heeft ze restletsels van de radiotherapie. Daardoor heeft Axelle evenwichtsproblemen en hoort ze minder.
  • Door de nevenwerkingen van de chemo heeft ze nu pijnlijke benen en geen gevoel meer in de vingertoppen.
  • Dankzij doeltreffende medicatie is de kanker nu reeds 5 jaar onder controle.

Axelle houdt van tuinieren. Niet toevallig was het in haar tuin dat ze voor het eerst merkte dat er iets mis was met haar lichaam. Telkens ze zich bukte om de planten te verzorgen werd ze duizelig en zag ze zwarte vlekjes voor de ogen. Ze ging op consultatie bij haar huisarts.

Vanaf toen ging het snel. Omdat ik ook zo vaak moe was, had de dokter snel door dat het iets ernstig kon zijn. Daarom verwees hij me onmiddellijk door naar een ziekenhuis, waar een scan werd genomen. Die bracht al snel duidelijkheid: ik bleek uitzaaiingen in mijn hersenen te hebben. Die waren afkomstig van een kanker in de bronchiën.

Ik kreeg te horen dat mijn aandoening vrij ernstig was en dat ik nog zes maanden tot een jaar te leven had. Ik beruste daarin. Maar mijn kinderen zeiden me steeds dat ik moest vechten, … vechten tegen de kanker.

Ikzelf heb nooit gerookt. Al was ik vroeger vaak omringd door mensen die rookten. Dat was vroeger heel normaal. Mijn schoondochter is anesthesist en heeft me toen heel kordaat gerust gesteld. Ze zei dat ik niet moest piekeren of me schuldig moest voelen omdat er een kanker in mijn lichaam opdook. Het zijn gewoon enkele cellen in mijn lichaam die beslisten om zich te delen en zich te vermenigvuldigen. Meer is het niet. Waarom zou ik dus moeten beschaamd zijn, of me weg stoppen? Kanker hebben is geen schande! Haar kijk op de zaak heeft me toen gerust gesteld.

EMOTIES

Je moet door een rouwperiode heen.

Toen ik te horen kreeg dat ik kanker had bleef ik daar heel rustig onder. Ik ben daar nogal fatalistisch in: wat moet gebeuren, … zal gebeuren! Gewoon het beste ervan maken, was mijn devies.

Op die momenten ben ik spontaan alles beginnen opschrijven in een boekje. Tijdens de behandelingen werd ik namelijk ’s nachts altijd vroeg wakker. En in plaats van in mijn bed te blijven piekeren, stond ik op en begon te schrijven. Gewoon alles wat in me opkwam. Eens het geschreven was, heb ik er afstand van genomen. Het was weg! Maar achteraf heb ik alle pagina’s waar ik schreef over mensen die me het leven moeilijk hadden gemaakt, eruit gescheurd. Ik ging voor het haardvuur zitten en heb al die negativiteit in het vuur gegooid. Eens opgebrand was het voor mij ook weg.

Door mijn kanker moest ik wel afscheid nemen van verschillende zaken die ik graag deed. Da’s een rouwperiode waar je door moet. Zo weet ik dat ik nooit meer zal kunnen skiën. Ook fietsen is iets wat waarschijnlijk niet meer zal lukken. Op dit ogenblik is het feit dat ik niet meer kan tuinieren datgene wat ik het meeste mis.

Maar ik besef wel , dat er toch ooit een moment was gekomen dat ik dat allemaal niet meer zou kunnen doen. Als je ouder wordt moet je nu eenmaal afscheid nemen van bepaalde zaken. Ooit zou toch een moment gekomen zijn dat ik niet meer kon skiën. Alleen, … het is nu wat vroeger gekomen dan gedacht."

FAMILIE & VRIENDEN

De contacten met lotgenoten geven me veel energie

Die eerste periode heb ik heel veel steun gehad aan mijn familie. Zij spraken me goede moed in. Een zoon belde me elke dag om me te steunen. Ik heb toen ook gemerkt hoezeer mijn man aan mij gehecht is. Het is de liefde van al die mensen die me omringen die me de kracht gaven om die moeilijke periode van chemo en bestralingen te overwinnen. Zo had ik een vriendin waarmee ik al een tijdje in spanning leefde en met wie ik geen echt contact meer had. Toen ze vernam dat ik kanker had, heeft ze me terug opgezocht. We hebben nu terug contact met elkaar. Da’s toch mooi!

Ikzelf denk niet veel aan mijn ziekte. Ik ben er zeker van dat mijn man veel meer aan de kanker denkt dan ikzelf. Hij is vooral bezorgd dat ik niet te veel hooi op mijn vork neem. Hij staat erop dat ik voldoende rust neem.

Als ik een chemo kreeg lagen we steeds met twee patiënten op één kamer. Dat waren momenten waar er veel gebabbeld werd. Ik wou daarom ook niet dat mijn man meeging naar het ziekenhuis. Ik was liever met een lotgenoot alleen in die ziekenkamer. Ik had veel aan die gesprekken. Soms waren die ook wel oppervlakkig: mensen bezorgden met recepten, anderen gaven met tips voor mooie muziek, .. Maar telkens gaf me dat veel energie. Omgekeerd ook, ik hoorde van medepatiënten dat zij die gesprekken met mij sterk waardeerden.

Ook al ben ik zelf ziek. Toch staan op dit ogenblik niet mijn gezondheidsproblemen, maar wel de medische zorgden van anderen, centraal. Mijn moeder is heel oud en heeft veel zorg nodig. Een andere oude kennis logeert hier regelmatig bij ons. Hun zorgen staan nu op het eerste plan.

GEZONDHEID EN CONDITIE

Ik heb geen gevoel meer heb in de vingertoppen. Maar dat komt me goed uit!

Ik probeer zo positief mogelijk te blijven. Maar er zijn ondertussen een aantal zaken die ik niet meer kan. Soms is dat als een gevolg van de radiotherapie of chemo die ik kreeg. Soms is het een bijwerking van de medicatie. Zo ben ik vaak moe, heb ik problemen met mijn evenwicht, hoor ik bepaalde hoge klanken in de muziek niet meer, heb ik pijn in mijn benen, … Maar ja, het is zo. Het gevoel in mijn vingertoppen is voor een groot deel verdwenen. Maar dat komt me goed uit. Ik naai niet graag, … nu hoef ik dat ook niet meer te doen (lacht)

DIEET EN VOEDING

Op enkele maanden tijd was ik 20 kg vermagerd

De oncologen zijn vooral gefocust op de kankercellen en de bloedwaarden van je lichaam. Ik begrijp dat. Aan andere zaken besteden ze minder aandacht, bijvoorbeeld: hoe blijf je gezond eten? Tijdens mijn behandeling had ik helemaal geen smaak meer. Ik had ook totaal geen zin om te eten. Alleen al de geur van de keuken maakte mij ziek. Op enkele maanden tijd verloor ik zo 20 kg. Niemand wees mij erop hoe belangrijk het is om voldoende te blijven eten. Ik at alleen nog wat ik graag at. Het was pas toen ik een diëtist opzocht dat mijn ogen open gingen. Ik nam bijvoorbeeld helemaal geen vetten meer op en ook voeding met veel koolhydraten had ik links laten liggen. De diëtist heeft me geleerd terug vetten in te nemen. En omdat vlees eten moeilijk blijft voor mij, schakel ik nu vaker over op vis.

IK BEN VERANDERD

Door de kanker heb ik het ook afgeleerd om steeds te poetsen. Destijds was ik erop gebrand dat alles hier in huis kraaknet was. Ik was steeds in de weer om te poetsen. Die tijd is voorbij! Ik trek het me niet meer aan. We poetsen één keer per week. Dat moet maar genoeg zijn.

Ik ben ook fier op mezelf, omdat ik nu ‘nee’ heb leren zeggen. Zonder schuldgevoelens kan ik nu aan iemand zeggen: ‘nee, ik doe dat niet’. Vroeger was mijn antwoord steeds: ‘Wel, eigenlijk zou ik het niet mogen doen. Maar omdat jij het bent, is het OK’. Die tijd is nu voorbij.

Hoe anderen nu naar me kijken, trek ik me niet meer aan.Vroeger was ik begaan met wat anderen over mij zouden denken. Ben ik niet te dik? Ben ik wel netjes opgekleed? Ligt mijn haar wel goed? …. Nu kan het me niks meer schelen.

DE TOEKOMST VOOR AXELLE

De toekomst voor mij? Dat is in de eerste plaats mijn kleinkinderen zien opgroeien, … en misschien nog een kleinkind bij krijgen? Verder hou ik veel aan de contacten met mijn vrienden. Ik geniet ervan om samen met hen bridge te spelen. Ik zou graag nog skiën of opnieuw fietsen. Maar ik weet dat dit niet aan de orde is. Het zij zo. Ik leef nu veel meer van dag tot dag. En probeer daar zoveel mogelijk van te genieten.

Getuigenis afgenomen in december 2018

Retour vers le haut