Gediagnosticeerd. Wat nu?

Vernemen dat u longkanker hebt, kan schrikbarend zijn. Er is een stroom aan informatie - langs alle kanten - waar begint u? Hoe interpreteert u ze? Hier volgt informatie die u zal helpen om beter te begrijpen wat er met u gebeurt en wat u misschien te wachten staat.


Verschillende soorten longkanker

Er zijn twee hoofdtypes longkanker:

Type 1 – Niet-kleincellig bronchuscarcinoom (non-small cell bronchogenic carcinoma, NSCBC):

Dit type longkanker wordt vastgesteld bij ongeveer 80 tot 85% van de personen. Deze categorie omvat plaveiselcelcarcinoom, adenocarcinoom en grootcellig carcinoom.

Plaveiselcelcarcinoom:
Ontwikkelt zich meestal in de hoofdbronchus en is vaak veroorzaakt door roken. Vertegenwoordigt ongeveer 25-30% van de niet-kleincellige kankers. Deze kanker is minder gevoeligheid voor chemotherapie, maar de ontwikkeling van de kanker is soms trager.
Adenocarcinoom:
Ontwikkelt zich geleidelijk op de uitwendige delen van de longen. Dit type vindt men vaak bij vrouwen, niet-rokers en jonge personen. Het vertegenwoordigt ongeveer 40% van de longkankers.
Grootcellig carcinoom:
Snelgroeiende kanker die zich in om het even welk gebied van de longen ontwikkelt. Deze kanker is moeilijk te behandelen en vertegenwoordigt ongeveer 10% van de longkankers.

Type 2 – Kleincellig bronchuscarcinoom (small cell bronchogenic carcinoma, SCBC):

Dit type komt heel wat minder vaak voor en vertegenwoordigt ongeveer 10 à 15% van de longkankers.


UW LONGEN: WAT U MOET WETEN

In uw lichaam zit een rechterlong en een linkerlong. Het zijn sponsachtige organen, die bij elke ademhaling uitzetten en inkrimpen. De rechterlong heeft drie delen die men ‘kwabben’ noemt. De linkerlong heeft slechts twee kwabben en is iets kleiner om plaats te maken voor het hart. De longen en het hart zijn beschermd door de borstkas.

A diagram of a lung

Wanneer u inademt, gaat de lucht binnen in de luchtpijp. Binnen in uw longen bevinden er zich kleinere buisvormige structuren, de bronchiën (luchtpijptakken). De lucht wordt door de longen ingeademd en uitgeademd via het diafragma, een spier die zich net onder de longen bevindt.

Longkanker ontwikkelt zich uit longcellen en kan geleidelijk de omringende structuren binnendringen en zich verspreiden in kleine boonvormige structuren, de lymfeklieren, die de bronchiën omringen. Wanneer longkanker de lymfeklieren heeft aangetast, maakt hij kans om zich elders in het lichaam te verspreiden.