Longkanker : diagnoses, oorzaken & risico’s

Zoals u weet, is longkanker een ernstige ziekte die vaak wordt veroorzaakt door roken. Maar ook niet-rokers kunnen longkanker krijgen. Longkanker kan immers het gevolg zijn van een zeer lange blootstelling aan talrijke stoffen in onze omgeving.

Er zijn inderdaad heel wat andere oorzaken die voor artsen een aanleiding zijn om personen met een verhoogd risico nader te onderzoeken of screenen. Na een screening moeten bepaalde personen aanvullende onderzoeken ondergaan. Deze onderzoeken helpen het zorgteam om de correcte diagnose te stellen en de beste therapeutische benadering te bepalen.

In België lijden ongeveer 20.000 personen aan longkanker.

Elk jaar worden 8.000 nieuwe gevallen vastgesteld.


OORZAKEN EN RISICOFACTOREN

Bepaalde personen kunnen als risicogevallen worden beschouwd door de industrie of plaats waar ze werken, in het bijzonder mijnen, spinnerijen of bepaalde textielfabrieken.

Andere oorzaken van kanker zijn onder meer:

  • Asbest
  • Radioactieve mineralen, namelijk uranium en radon
  • Het inhaleren van bepaalde chemische producten of samenstellingen, namelijk arsenicum, kolenproducten, vinylchloride
  • Overmatige blootstelling aan dieseluitlaatgassen

Gelukkig hebben de regelgeving en het politieke beleid vooruitgang geboekt voor een betere bescherming van arbeiders en voor veiligheid op het werk. Als u in een dergelijke omgeving werkt, wordt u aanbevolen regelmatig een routine gezondheidsonderzoek te ondergaan bij uw arts.


TEKENEN EN SYMPTOMEN

Elk geval is uniek, en ook de symptomen kunnen variëren van patiënt tot patiënt. Bovendien kan longkanker reeds bij de eerste symptomen een gevorderd stadium hebben bereikt. Om meer te weten over de ontwikkeling van longkanker, raadpleeg het deel over “De verschillende stadia van longkanker”.

Wanneer longkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, gebeurt dit meestal per toeval. Soms krijgt iemand een behandeling voor een andere aandoening of ondergaat iemand een routine onderzoek, en neemt de arts daarbij een afwijking waar op een radiografische opname van de borstkas of bij een ander diagnostisch onderzoek. Wanneer longkanker in een vroeg stadium wordt vastgesteld, zijn er meer behandelingsmogelijkheden.

De symptomen van longkanker zijn, onder meer:

  • Zware of middelzware hoest
  • Pijn op de borst die erger wordt bij het hoesten, ademhalen of lachen
  • Een doffe of scherpe pijn in de schouders, de rug of de borst
  • Gewichtsverlies, eetlustverlies
  • Ademhalingsmoeilijkheden, kortademigheid
  • Hoest met fluimen of slijm met bloed
  • Vermoeidheid
  • Piepende ademhaling

Raadpleeg uw arts als u ongerust bent. Hij zal u doorheen de volgende stappen leiden.


SCREENING VAN LONGKANKER

Een arts voert een screening uit om tekenen van longkanker op te sporen voordat de eerste symptomen optreden. Indien een kanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, zijn de beschikbare behandelingsmogelijkheden talrijker en is de prognose gunstiger. Momenteel bestaat er slechts één aanbevolen onderzoek voor de screening op longkanker. Het is de computertomografie (CT-scan) met lage dosis. Hiervoor wordt een röntgenapparaat gebruikt dat met kleine hoeveelheden straling gedetailleerde beelden van de longen maakt.


DIAGNOSTISCHE BENADERING

Indien de screening een afwijking vertoont, voert het zorgteam aanvullende testen uit als voortzetting van het onderzoek. Het team kan zo een meer nauwkeurige diagnose stellen en, eventueel, een behandeling vastleggen. De diagnostische onderzoeken zijn vooral de volgende:

Computertomografie (CT-scan)

Dit onderzoek is vergelijkbaar met een radiografie. Het duurt wat langer, want er moeten meerdere opnamen worden gemaakt onder verschillende hoeken. Dit kan omdat het apparaat voor computertomografie zich met een cirkelvormige beweging rond het lichaam beweegt, terwijl de persoon op een tafel uitgestrekt ligt. De patiënt moet doorgaans een contraststof innemen (een product dat toelaat om gedetailleerde opnamen van de longen en andere weke delen, in het bijzonder de lymfeklieren, te maken). De arts zal bepalen of het product als drank moet worden ingenomen of via intraveneuze weg in het lichaam moet worden ingebracht. Dankzij dit onderzoek, kunnen artsen een groot aantal gegevens verzamelen, in het bijzonder over de locatie en de omvang van de kanker.

Biopsieën

Biopsieën zijn noodzakelijk om de tumor te karakteriseren. Ze kunnen uitgevoerd worden via een bronchoscopie (een tube met camera die via de neus of de mond tot in de longen wordt gebracht), een fijne naald doorheen de thorax die rechtstreeks in de tumor prikt, alsook via een chirurgische staalname.Deze biopsieën worden vervolgens via de microscoop bekeken om het moleculair profiel ervan te bekijken.

Opsporen van mutaties

Het opsporen van mutaties (ook moleculaire profilering genoemd) is zeer specifiek en bestaat uit het vaststellen van bepaalde veranderingen in de kankergenen van een persoon. In dit geval neemt het zorgteam een klein deeltje van de kanker om er testen op te doen om na te gaan of behandeling met een doelgericht geneesmiddel doeltreffend kan zijn in de strijd tegen de specifieke kankercellen. Hier moet worden benadrukt dat niet alle kankers met dit type behandeling kunnen worden behandeld.

Wat als de tumor verder ontwikkelt

Niettegenstaande de doelgerichte behandeling efficiënt is, kan het gebeuren dat de kanker opnieuw toeneemt. De verminderde efficiëntie van de doelgerichte behandeling kan het gevolg zijn van nieuwe genetische mutaties die ontstaan zijn en de kankercellen wijzigen en resistent maken tegen de behandeling. Een nieuwe genetische analyse van de tumorcellen is dan nodig om het resistentiemechanisme te achterhalen en om de doelgerichte behandeling aan te passen.

Om een nieuwe genetische analyse uit te voeren, moet eerst weer een biopsie worden gedaan. Meestal wordt deze biopsie genomen via endoscopie, of via een kijkoperatie in de borstkas. Is het niet mogelijk om deze biopsie uit te voeren, of is het resultaat ervan onvoldoende duidelijk, dan zijn nog andere technieken beschikbaar, zoals een vloeibare biopsie. Deze nieuwe techniek is eenvoudig. Er is enkel een bloedafname voor nodig. In het bloed kan men namelijk tumoraal DNA vinden afkomstig van de longkankercellen die in de bloedbaan zijn terecht gekomen.

Ongeacht de herkomst van het DNA (tumor of bloed), dankzij de analyse ervan kan mogelijks de nieuwe genetische mutatie worden geïdentificeerd die verantwoordelijk is voor de progressie van de kanker. Eens de mutatie is geïdentificeerd, is het doel om een nieuwe doelgerichte behandeling op te starten specifiek gericht op de kankercellen met de betreffende mutatie.