Zes hardnekkige mythes over longkanker

Over vervelende ziektes ontstaan er verhaaltjes. Altijd. Van de Griekse oudheid tot nu. En meestal jagen die verhalen ons angst aan. Om je gerust te stellen, gingen we langs bij verschillende Belgische ziekenhuizen. We interviewden er verplegers en verpleegsters over zes hardnekkige mythes over longkanker. Het verplegend personeel legt je uit waarom die verhalen stuk voor stuk verzinsels zijn.


1. “Je mag niet meer normaal eten” Fout, want

Je moet juist zo normaal mogelijk blijven eten. Leg jezelf geen nutteloze beperkingen op, behalve als je dokter je dat expliciet heeft aangeraden. Vergeet de diëten, en al zeker wanneer je chemotherapie krijgt. Dan is het belangrijk om juist méér proteïnen en calorieën te eten. Laat lightproducten links liggen. Kies voor volle zuivelproducten, zoals volle boter en volle melk. Geniet zeker ook nu en dan van een zoete, hartige snack … en vergeet vooral niet om jezelf (met mate) plezier te doen met je favoriete maaltijden!


2. «Je kan eigenlijk gewoon niéts meer » Fout, want

Je lichaam heeft beweging nodig. Toegegeven: chemotherapie, bestralingen, operaties, … daar kan je verschrikkelijk moe van zijn. Maar als je die vermoeidheid kwijt wilt, helpt het juist om te bewegen. Zet je spieren zoveel mogelijk aan het werk. Sommige ziekenhuizen bieden ook aangepaste bewegingsprogramma’s aan. Soms zijn dat groepsessies, en soms stippelen ze voor jou een individueel programma uit. Vraag zeker informatie aan je zorgteam.


3. «Door chemotherapie valt je haar zeker uit» Juist en Fout, want

Haarverlies is geen noodzakelijk gevolg van chemotherapie. Het hangt af van welke chemotherapie je krijgt. Het risico valt niet uit te sluiten, maar bij vele soorten chemotherapie mag je gerust je afspraken bij de kapper behouden. Bij radiotherapie ter hoogte van het hoofd - om bijvoorbeeld een hersenmetastase te behandelen -, kan trouwens ook lokaal het haar uitvallen. Bij andere kankerbehandelingen is de kans op kaalheid dan weer zo goed als nihil. Gebeurt het toch? Laat het dan weten aan je zorgteam. Dan zorgen zij misschien wel voor een aangepaste behandeling.


4. «Als je longkanker hebt, ga je altijd door een diep, zwart dal » Juist … en Fout, want

Elke kanker is anders. Het is normaal dat je bij de diagnose door een diep dal gaat. Maar op voorhand valt er over de lichamelijke en geestelijke last van longkanker weinig te voorspellen. Want je lichaam is uniek, je behandeling verschilt van andere patiënten, je geest zit anders in elkaar, ….


5. «Met longkanker sterf je binnen een paar maanden» Fout, want

Het klopt dat longkanker soms slechte prognoses geeft. De meeste diagnoses worden gesteld wanneer de kanker zich al verspreid heeft in het lichaam. Dank zij de evoluties in de geneeskunde zijn de vooruitzichten nu beter: hou dus zeker moed.


6. «Rokers hebben hun longkanker zelf gewild» Fout, want

Niemand begint te roken om later longkanker te krijgen. Het heeft geen zin om patiënten schuldgevoelens aan te praten. Bovendien: ook niet-rokers krijgen soms longkanker. Toegegeven: roken blijft een van de belangrijkste oorzaken. Gooi dus snel die sigaret weg, het is nooit te laat om te stoppen. Het komt je therapie ten goede en je verhoogt er je levenskwaliteit mee. En stimuleer zeker ook je geliefden en naasten om hetzelfde te doen. Zo verlagen ook zij hun risico op longkanker.