Axelle
Gediagnosticeerd in 2018

FAMILIE & VRIENDEN

De contacten met lotgenoten geven me veel energie

Die eerste periode heb ik heel veel steun gehad aan mijn familie. Zij spraken me goede moed in. Een zoon belde me elke dag om me te steunen. Ik heb toen ook gemerkt hoezeer mijn man aan mij gehecht is. Het is de liefde van al die mensen die me omringen die me de kracht gaven om die moeilijke periode van chemo en bestralingen te overwinnen. Zo had ik een vriendin waarmee ik al een tijdje in spanning leefde en met wie ik geen echt contact meer had. Toen ze vernam dat ik kanker had, heeft ze me terug opgezocht. We hebben nu terug contact met elkaar. Da’s toch mooi!

Ikzelf denk niet veel aan mijn ziekte. Ik ben er zeker van dat mijn man veel meer aan de kanker denkt dan ikzelf. Hij is vooral bezorgd dat ik niet te veel hooi op mijn vork neem. Hij staat erop dat ik voldoende rust neem.

Als ik een chemo kreeg lagen we steeds met twee patiënten op één kamer. Dat waren momenten waar er veel gebabbeld werd. Ik wou daarom ook niet dat mijn man meeging naar het ziekenhuis. Ik was liever met een lotgenoot alleen in die ziekenkamer. Ik had veel aan die gesprekken. Soms waren die ook wel oppervlakkig: mensen bezorgden met recepten, anderen gaven met tips voor mooie muziek, .. Maar telkens gaf me dat veel energie. Omgekeerd ook, ik hoorde van medepatiënten dat zij die gesprekken met mij sterk waardeerden.

Ook al ben ik zelf ziek. Toch staan op dit ogenblik niet mijn gezondheidsproblemen, maar wel de medische zorgden van anderen, centraal. Mijn moeder is heel oud en heeft veel zorg nodig. Een andere oude kennis logeert hier regelmatig bij ons. Hun zorgen staan nu op het eerste plan.

TONY
Gediagnosticeerd in 2015

FAMILIE & VRIENDEN

We zien elkaar meer dan vroeger

“Mijn vrouw had – en heeft – het soms moeilijk. Maar er zijn ook positieve evoluties, hoor. Ze is minder beginnen werken om meer bij mij te kunnen zijn. Vroeger zagen we elkaar véél minder. Je zou je kunnen afvragen of dat goed is voor een relatie, elkaar zoveel zien. Maar we genieten er enorm van. Je relativeert ook veel meer. Een vervelende opmerking? Daar til je minder zwaar aan. Terwijl je er vroeger misschien boos om was geworden.”

“Wees positief. Geniet. Een minder moment? Ga een pannenkoekje eten. Ga er even uit. Dat werkt, ook naar de vrienden toe. Als je tegenover hen ook die positieve levenshouding uitstraalt, dan denken ze automatisch minder aan je ziekte wanneer ze je zien.”

“Mijn familie helpt me waar ze kunnen. Zij weten dat ik ondertussen fysiek minder aankan. Voor de rest kan je eigenlijk weinig zeggen. Iedereen verwerkt de diagnose op zijn manier. Als patiënt zal je het uiteindelijk vooral zelf moeten verwerken. Bijvoorbeeld: ik spreek liever minder over mijn kanker. Doe maar zoals altijd. Voer normale gesprekken met me. Dat weten ze ondertussen.”

MARIE-CHRISTINE
Gediagnosticeerd in 2007

FAMILIE & VRIENDEN

Ik ben een jaar bij mijn zoon gaan wonen

“De reactie van mijn kinderen? Ze panikeerden. Ik heb twee zonen en twee dochters. Na mijn eerste operatie keerde ik terug naar de intensieve zorgen om twee uur ’s nachts. Mijn kinderen stonden me allemaal op te wachten.”

“Een van mijn twee zonen heeft me zelfs een jaar lang in huis gehaald. Om me te verzorgen … Maar ook om me te controleren. Hij heeft eigenhandig mijn laatste pakje sigaretten bijeengefrommeld en in de vuilbak gegooid. Hij zorgde er ook voor dat ik geregeld buiten kwam. Om te wandelen, om eens op restaurant te gaan, ... ”

GUIDO
Gediagnosticeerd in 2013

FAMILIE & VRIENDEN

Zeg niet dat ik er goed uit zie, als dat niet zo is

Iedereen vindt het erg dat je kanker hebt. Weet je wat me opviel? Ze komen dat niet in je gezicht zeggen. Je hoort dat er wel over wordt gepraat. Dat longkanker erg dodelijk is. Dat ik het niet ging halen, dat ik er slecht uit zag. Maar tegen jou persoonlijk zeggen ze dan wel dat je er goed uit ziet.

Geregeld kreeg ik te horen dat ik er goed uit zag. Terwijl ik zeker was dat dat niet het geval was. Die reacties was ik wel beu, om eerlijk te zijn. Tja, wat moeten de mensen zeggen?

Mijn vrouw had het er heel moeilijk mee, met mijn kanker. Zat ik in de put? Wel, dan zat zij nog veel dieper. Ik heb ze altijd gestimuleerd. En soms liep bij ons beiden het gemoed vol. Ik herinner me dat de kinderen op bezoek kwamen, en dat we ons sterk hielden. Tot ze weer vertrokken waren. Maar na een uurtje was dat intens verdriet weer weg.

EVELYNE
Gediagnosticeerd in 2014

FAMILIE & VRIENDEN

Mijn kinderen gaan mee op consultatie

Ik heb een partner, een compagnon. Dat helpt veel wanneer je eens een minder moment hebt. Ook mijn kinderen krijgen me er altijd weer bovenop. “Kijk, mama. Het gaat toch goed met jou? Je mag de moed niet verliezen,” zeggen ze dan.

Mijn kinderen gaan mee op consultatie. Ze houden me van kortbij in de gaten. En een partner hebben, dat helpt ook. Want hij heeft ook zijn problemen. We ondersteunen elkaar. Heeft iemand het moeilijk? Wel, dan vecht de andere voor twee.

Sommige vrienden hebben ook kanker. Maar zij hebben er veel meer last van dan ik. Dan schaam ik me bijna. Ik probeer dan in te praten op hun gemoed. Dat ze geduld moeten hebben ... Misschien verdwijnt hun kanker ook op den duur. Maar het gaat beetje bij beetje.

ALAIN
Gediagnosticeerd in 2016

FAMILIE & VRIENDEN

Mijn gezin gaf me een boost

Ik heb de indruk dat mijn omgeving de grootste schok te verwerken kreeg. Mijn twee zonen waren helemaal van de kaart. Dat heeft mij heel hard aangegrepen. Net als de reactie van mijn vriendin. Zij verloor haar vorige man vijf jaar geleden aan leverkanker.

Ik was van bij het begin strijdvaardig. Ik wilde niemand laten vallen. Daarom heb ik hen ook van bij het begin gerustgesteld: ik zal genezen. Ik wou niemand pijn doen, door te sterven en te verdwijnen. Ik moést hieruit geraken. Voor hen. De dood zelf? Daar had ik weinig schrik van. Pas op: ik wil nog héél graag 25 jaar leven, hé.

Mijn zonen, mijn vrouw, mijn neef die me in de armen viel, ... Ik was enorm verrast door hun reactie. Hun blijk van liefde gaf – en geeft – me een boost. Ze hielpen me om de chemotherapie te aanvaarden. Als we naar de oncoloog gaan, is het altijd in groep. Dan zijn we euforisch als we horen dat de kanker stilaan wegkrimpt. We moeten ons altijd wat inhouden als we daarna door de wachtkamer van de oncoloog lopen. Maar dan denk ik: “Waarom zouden ook zij geen goed nieuws krijgen?”. De geneeskunde evolueert razendsnel. Kijk maar naar mijn resultaten.

Christiane
Gediagnosticeerd in 2008

VRIENDEN & FAMILIE

Ik heb nog maar een neef. Mijn man en ik hebben geen kinderen gehad. Enkele jaren geleden stierf mijn zus aan kanker. Ik zie mijn neef niet vaak. Hij is altijd verbaasd door de rust waarmee ik mijn lot accepteer. Ik heb zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen genomen voor het geval dat ik er niet meer zou zijn.

Gezelschap hebben is belangrijk. ’s Zomers woon ik in mijn grote huis aan de oever van de Maas. ’s Winters verhuis ik naar mijn appartement in Namen. Ik ken er iedereen, en dat is geruststellend. De echte vrienden? Dat zijn er niet veel. Gedurende vele jaren monopoliseerde mijn echtgenoot al mijn aandacht. Maar de vrienden die overgebleven zijn, zijn goud waard. Ik vind het belangrijk om me nooit bij hen te beklagen. Je moet het leven nemen zoals het is.

Op maandag en vrijdag ontvang ik het bezoek van een Poolse huishoudhulp. Ze kwam al toen mijn man nog leefde. We doen het huishouden samen. Ze doet veel meer dan ik, omdat ik steeds vaker last van ademhalingsproblemen heb. Ze is veel meer dan alleen een werkster: ze is een echte vriendin. Elk jaar bezoeken we haar familie in Polen.

Maria
GEDIAGNOSTICEERD IN 2015

Vrienden & familie

Het leven rechtuit aanpakken.

Mijn eerste gedachte was om niemand iets zeggen. Ik wilde mijn familie niet laten lijden. Ik was bang dat ze in paniek zouden raken. Maar mijn entourage moedigde me aan om eerlijk te zijn met hen.

Mijn kinderen zeiden meteen tegen me: ‘Mam, maak je geen zorgen. Wij staan klaar voor jou.’ Ik kreeg veel geruststellende sms-berichten. In feite stuurde iedereen me positieve vibes. Net alsof ik supporters had. En mijn beste vriendin is er altijd voor mij, 24 uur per dag. Ze weet dat ik graag mijn batterijen oplaadt in het bos. We gaan vaak samen wandelen.

Het maakt een groot verschil om je niet alleen te voelen. Ik heb altijd kunnen praten over mijn problemen en mijn bezorgdheid. Sterker nog, ik profiteer van mijn ziekte. Ik weet dat het raar klinkt. Ik zal uitleggen waarom: voor de ziekte, leefde ik als een robot. Ik stond altijd voor anderen klaar. Nu luister ik meer naar mezelf en mijn eigen verlangens. En dat geeft me een goed gevoel.

Ik ben een ander mens geworden ten opzichte van mijn entourage. Daarvoor, reageerde ik altijd op een diplomatieke en tactvolle manier. Nu ben ik veel directer. De mensen moeten begrijpen dat voor mij de tijd dringt. Ik ben niet meer zo geduldig als voorheen.

JEFFREY
Gediagnosticeerd in 2014

FAMILIE & VRIENDEN

Iedereen reageert op zijn manier

Die eerste periode was zwaar. Voor mij, maar zeker ook voor mijn gezin. Mijn zoontje was toen zes. Hij wist totaal niet hoe hij moest reageren. Voor mijn vrouw was het óók niet evident. Dat heeft zich ondertussen, dankzij alle hulp, gestabiliseerd. Maar het blijft moeilijk. Alle toekomst die je dacht te hebben, is weg. Iets in de agenda noteren voor binnen twee maanden? Ook lastig. Je durft het bijna niet. Maar je moet voor jezelf daarin vertrouwen proberen te krijgen....

Die voortdurende onzekerheid is er altijd. Je schippert tussen het gevoel van vooruit te willen gaan. Te blijven vechten. En ondertussen wéét je dat het realistisch is dat je waarschijnlijk geen tachtig zal worden. De ziekte is er altijd. Ook al word je soms wat euforisch, en denk je dat je de tachtig tóch zal halen.

Ik had vroeger de neiging om snel in de put te zitten. Dat is – gek genoeg – ondertussen compleet weg. Pas op: ik heb genoeg slechte momenten gehad. En van zodra je jezelf lichamelijk slecht voelt, gaat het in je hoofd ook slechter. Tijdens mijn chemotherapie voelde ik mezelf veel minder opgewekt.

Iedereen reageert anders. Sommige vrienden zie je plots heel veel, anderen blijven liever weg. Zij weten niet wat ze moeten zeggen. Dat begrijp ik. Een collega van me had ook kanker. Ondertussen is hij overleden. Ik wist mezelf tegenover hem geen houding aan te meten. Want wat moet je vragen? “Hoe is het?” Dat is zo’n standaardvraag. Maar om die vraag draait het wel. Want als ik kan antwoorden “Het gaat goed”, vind ik dat heel mooi.

Soms zeggen vrienden me dat ze niet begrijpen hoe ik kan blijven vechten. Elke dag opnieuw. Ik moét wel. Ik heb een vrouw en een kind. Wat op de bank gaan zitten niksen, daar schiet ik niets mee op.

RUDY
Gediagnosticeerd in 2009

FAMILIE & VRIENDEN

Ik houd me zo sterk mogelijk

Mijn omgeving had meer moeite met de diagnose. Mijn kinderen, mijn familie, ... Mij deed het weinig tot niets. Voor mezelf ben ik nog altijd gezond. Aanvaard ik niet dat ik ziek ben? Misschien. Dat lijkt mij de beste manier om ermee om te gaan. Er écht over praten vind ik moeilijk. Dit interview is dus voor mij weinig evident.

Ik probeer me zo sterk mogelijk te houden voor mijn vrouw. Ik wil niet dat ze er voortdurend aan denkt dat ik zo ziek ben. Zij heeft er meer last van dan ikzelf. Ik doe zo normaal mogelijk.

Iedereen mag weten dat ik longkanker heb. Ik zeg dat gemakkelijk, daar ben ik wel openhartig in. Vraag me niet waarom. Misschien is het een opluchting om dat eens te kunnen zeggen.

Terug naar boven