Johan

EMOTIES

Ja, ik heb gerookt. Ik heb het dus aan mezelf te danken!

“Ik rookte vanaf ik 12 jaar was. Dat stond stoer! Meer dan 50 jaar was ik een zware roker. En eens je eraan verslaafd bent, kan je niet zomaar stoppen. Maar toen de dokter me vertelde dat ik kanker had, heb ik mijn zoon gevraagd alle sigaretten die in ons huis waren weg te gooien. Ik ben toen van de éne op de andere dag gestopt met roken. Dat ging heel gemakkelijk. Als je met de rug tegen de muur staat gaat dat blijkbaar veel vlotter.”

“Ik besef maar al te goed dat ik longkanker kreeg door mijn rookverslaving. Ik wil daar ook geen medelijden voor. Ik zeg steeds: eigen schuld dikke bult. Ik had maar niet moeten roken. Mijn vrouw had het veel moeilijker met de diagnose. Vooral het feit dat ik de schuld bij mezelf legde was moeilijk voor haar. Zij weende, ik niet. Want ik weet dat ik het aan mezelf de danken heb.”

Axelle
Gediagnosticeerd in 2018

EMOTIES

Je moet door een rouwperiode heen

Toen ik te horen kreeg dat ik kanker had bleef ik daar heel rustig onder. Ik ben daar nogal fatalistisch in: wat moet gebeuren, … zal gebeuren! Gewoon het beste ervan maken, was mijn devies.

Op die momenten ben ik spontaan alles beginnen opschrijven in een boekje. Tijdens de behandelingen werd ik namelijk ’s nachts altijd vroeg wakker. En in plaats van in mijn bed te blijven piekeren, stond ik op en begon te schrijven. Gewoon alles wat in me opkwam. Eens het geschreven was, heb ik er afstand van genomen. Het was weg! Maar achteraf heb ik alle pagina’s waar ik schreef over mensen die me het leven moeilijk hadden gemaakt, eruit gescheurd. Ik ging voor het haardvuur zitten en heb al die negativiteit in het vuur gegooid. Eens opgebrand was het voor mij ook weg.

Door mijn kanker moest ik wel afscheid nemen van verschillende zaken die ik graag deed. Da’s een rouwperiode waar je door moet. Zo weet ik dat ik nooit meer zal kunnen skiën. Ook fietsen is iets wat waarschijnlijk niet meer zal lukken. Op dit ogenblik is het feit dat ik niet meer kan tuinieren datgene wat ik het meeste mis.

Maar ik besef wel , dat er toch ooit een moment was gekomen dat ik dat allemaal niet meer zou kunnen doen. Als je ouder wordt moet je nu eenmaal afscheid nemen van bepaalde zaken. Ooit zou toch een moment gekomen zijn dat ik niet meer kon skiën. Alleen, … het is nu wat vroeger gekomen dan gedacht.

TONY
Gediagnosticeerd in 2015

EMOTIES

Gelukkig staat de geneeskunde heel ver

“Op het moment dat je te horen krijgt dat je kanker hebt, staat je leven stil. Je weet niet wat je overkomt. Ik had bijvoorbeeld persoonlijk nooit ergens last van gehad. Rugpijn, dat wel. Maar ik was niet kortademig, ik moest niet hoesten, … Ik heb zelfs nooit gerookt.”

“Je denkt meteen: alles stopt hier. Het leven is afgelopen. Je dromen berg je het beste op. De grond onder je voeten zakt weg. Laat ons zeggen: na de diagnose beleef je een … mindere periode. Maar uiteindelijk begin je weer te herleven. Je begint weer de activiteiten te doen die je daarvoor graag deed. Ook van al die onderzoeken heb ik altijd het positieve ingezien. Met negatieve gedachten maak je jezelf alleen maar zieker.”

“Met een positieve levenshouding heb je sowieso meer plezier. Bij je vrienden, in je relatie, … Je staat zelfs positiever tegenover je ziekte. Je ziet dat dokters je ondertussen veel meer kunnen helpen dan pakweg tien jaar geleden. Je kunt dus spreken van geluk. Als je tien of twintig jaar geleden longkanker had opgelopen, maakte je misschien minder kans om te blijven leven. Het is enorm positief dat de geneeskunde al zover staat.”

MARIE-CHRISTINE
Gediagnosticeerd in 2007

EMOTIES

Met een bang hartje op controle

“Mijn eerste reactie toen ik hoorde dat ik kanker had? Ik moest meteen aan mijn man denken. Paniek! Mijn man is gestorven aan kanker. Met dat verschil: zijn kanker ontdekten ze pas toen er geen genezing mogelijk was. Hij heeft nog acht maanden geleefd. Hij was een hele sterke man, maar hij liet zich helemaal gaan. De gedachte aan zijn laatste maanden trokken me zwaar naar beneden.”

“Maar ik heb me snel weer herpakt. Mijn karakter heeft me erdoor geholpen. Dat denk ik toch. Je moet blijven vechten. Vlak voor mijn sessies chemo probeerde ik de geregeld de wachtzaal op te vrolijken. Mensen vroegen me zelfs wanneer ik de volgende keer kwam. Dan konden ze hun sessie misschien op hetzelfde moment inplannen. Lachen is belangrijk! Zo hou je je gedachten bij de leuke dingen in het leven.”

“Ook al ben ik nu genezen, toch zijn er nog dagen dat ik me minder voel. Als ik op controle moet, doe ik dat met een bang hart. Ook al herhalen de dokters telkens dat ze geloven dat de kanker niet meer terugkomt. Vanaf het moment dat ze me zeggen dat ze zeker zijn dat hij helemaal weg is, doe ik een fles champagne open.”

GUIDO
Gediagnosticeerd in 2013

EMOTIES

Ik geniet meer dan vroeger van het leven

Ik heb het vijf minuten moeilijk gehad na mijn diagnose. Waarom moest dit mij overkomen? Maar de berusting kwam vrij snel. Het is mijn lot. En ik moet het dragen. Toen ik thuiskwam, heb ik mijn vrouw de resultaten van de scan getoond. Een tumor op de longen en in twee lymfeklieren. Ik heb haar meteen gezegd dat we er het beste van moesten maken.

Ik besefte dat het leven sneller gedaan zou zijn dan verwacht. Daar had ik het moeilijk mee. Ik was net zestig geworden. Maar schuldgevoel? Nee, dat niet. Misschien een klein beetje, omdat ik altijd sigaren rookte. Maar het waren er kleintjes. En veel rookte ik zeker niet. Maar ik denk toch dat mijn kanker ermee te maken heeft.

Ik heb een leven voor, en een leven na de diagnose. Vroeger moést er van alles. Dat is nu niet meer. Alles kan nog, maar niets moet. Daarom geniet ik ook meer. Je ziet de details van het leven. Ik kan nu bijvoorbeeld meer genieten van de natuur. Voor de diagnose ben je daar blind voor.

Ik heb nooit op internet informatie opgezocht over mijn longkanker. Wat heeft dat voor zin? In totaal zijn er tachtig verschillende soorten longkanker. Word daar maar eens wijzer van. Ik vertrouw mijn dokters. Zij zijn gespecialiseerd.

De geneeskunde staat niet stil. De immunotherapie was voor mij een stap vooruit. En wie weet waar ik binnenkort sta? Misschien leidt de studie waaraan ik deelneem wel tot een goed resultaat? Waarschijnlijk is het daarvoor een jaar of vijf te vroeg.

EVELYNE
Gediagnosticeerd in 2014

EMOTIES

In het begin dacht ik: “O nee. Kanker! Chemotherapie, haaruitval. Nee!”. Dat zag ik echt niet zitten. Daarom was ik vastbesloten: die kanker moet eruit. Weg ermee. Mijn moeder is 90 geworden. Ik ben er 80, en ik heb nu twee jaar kanker. Ik wil ook de 90 halen.

Elke twee maanden ging ik op consultatie. Gezien de goede resultaten, kwam ik daar altijd hoopvol buiten. Maar natuurlijk heb je ook slechte momenten. Je bent dan ontmoedigd, of zelfs depressief. Je vraagt jezelf dan af waarvoor je het nog allemaal doet. Welke zwarte gedachten je dan hebt? “Ik doe niets meer. Ik zit de hele dag in de zetel. Eigenlijk wacht ik gewoon mijn sterfdag af.” Dat denk je dan.

ALAIN
Gediagnosticeerd in 2016

EMOTIES

Vroeger mocht je roken in het ziekenhuis

Ik heb geluk gehad. Onlangs vroeg ik aan mijn oncoloog wat er zou gebeurd zijn als mijn vriendin die afspraak met de longspecialist niet zou gemaakt hebben. Wel, dan had ik nog maximum drie maanden te leven. Een was ik er dus vandaag niet meer geweest.

Dat zet je wel aan het denken. Ik ben er ondertussen 60. Dan wordt het tijd dat je sommige zaken in orde brengt. Je erfenis, om maar iets te noemen. En wat moest er met mijn winkel gebeuren? Dat schiet plots allemaal door je hoofd.

Ondertussen relativeer ik alles wat meer. Maar toch ... Soms erger ik me nog aan banaliteiten. Aan mensen in het verkeer, bijvoorbeeld. Dan denk ik bij mezelf: “Waar maak je je nu in Godsnaam druk om?”.

Spijt heb ik niet. Ik heb altijd geleefd zoals ik wil. Maar van mijn eerste rokersperiode heb ik wél spijt. Ik heb stevig gerookt van mijn 15 tot mijn 35. Twee pakjes per dag! Jongens, als je ziet wat er vroeger allemaal mocht ... We konden zelfs roken in het ziekenhuis. Met mijn eerste vrouw staken we ook sigaretten op in de auto, of gewoon thuis. Ik voel me toch wel schuldig tegenover mijn zonen. Gelukkig doen we nu met zijn allen meer aan preventie. Dat is ook logisch, met alles wat we weten over roken en kanker.

Mijn oudste zoon rookt ook, jammer genoeg. Dat krijg je als je twee verstokte rokers als ouders hebt. De jongste heb ik op andere gedachten kunnen brengen. Dat hoort bij je verantwoordelijkheden als ouder. Want kinderen vinden een sigaret vaak een teken van volwassenheid.

Christiane
Gediagnosticeerd in 2008

EMOTIES

Zonder problemen

Mijn sterkste emotie toen ik hoorde dat ik kanker had? Dat was mijn bezorgdheid voor mijn man. Voor mezelf maakte ik me geen zorgen. Ik verzorgde continu mijn gehandicapte man die in een rolstoel zat. Het was moeilijk om voor de vuist weg een plek voor hem te kunnen vinden. Ik verbleef bijna twee weken lang in het ziekenhuis. Het hield me zoveel bezig, dat mijn probleem secundair leek. Mijn lobectomie is probleemloos verlopen.

Sinds mijn man overleden is, heb ik veel meer tijd om me met mezelf bezig te houden. Ik moet zeggen dat ik het van de goede kant bekijk. Ik ben in ieder geval nooit in paniek geraakt.

Ik moet toegeven dat ik gerookt heb. Ik zeg tegen mezelf dat ik verkeerd gehandeld heb, en dat ik ervoor wordt gestraft. Misschien is het mijn Cartesiaanse kant omdat ik wiskundeleraar was. Ik voel me niet schuldig. Toen ik jong was, rookte iedereen. Men heeft ons nooit voor de gevaren gewaarschuwd. Wanneer we vrienden bezochten, stonden er zelfs plateaus met sigaretten op tafel. Net alsof het koekjes waren.

Maria
GEDIAGNOSTICEERD IN 2015

EMOTIES

De angst temmen

Toen de specialist me vertelde dat ik kanker had, stortte de persoon naast me in. En ik? Ik zei tegen mezelf: ‘Het is zover, ik zal mijn projecten moeten stoppen.’ Gelukkig vertelde de specialist me dat ik in ieder geval door moest gaan met het verwezenlijken van mijn plannen.

Ik heb mijn ziekte als een uitdaging beschouwd. Lets wat ik moest voltooien. De manier waarop ik de bijwerkingen heb aangepakt, geeft een goed beeld van mijn houding. In eerste instantie beschouwde ik deze bijwerkingen als iets onvermijdelijks. Men moet wel goed begrijpen dat je er echt door wordt gevloerd. Ik bleef soms dagenlang in bed liggen. Ik had nergens zin in. Maar na enige tijd heb ik geleerd om de angst te temmen. Nu weet ik wat ik moet doen. Het is veel minder vermoeiend.

Mijn huisarts is blij dat mijn kanker op een goede manier evolueert. Hij vertelde me ook dat het ergens logisch is. Tegenwoordig kan kanker in sommige gevallen net als andere ziekten gewoon een chronische ziekte zijn. Zoals diabetes of een hartaandoening.

JEFFREY
Gediagnosticeerd in 2014

EMOTIES

De eerste twee weken na de diagnose was ik boos. Waarop? Ik had gewoon nooit iets gemerkt. De arts zei me dat ik misschien al vijf, zes jaar ziek was. Nooit iets gevoeld. En nu kon ik aan die ziekte niets meer veranderen. Dat maakt je kwaad. Maar je kan er niets meer aan veranderen. Dus helpt die boosheid niet.

Wat wél helpt: er volledig voor gaan. Dat deed ik vanaf dag één. Toen ik de diagnose te horen kreeg, was ik 38 jaar. De dokter zei me dat ik geen veertig zou worden. Ik dacht: Dat zullen we wel eens zien! En kijk: deze zomer heb ik voor mijn veertigste verjaardag een groot feest gegeven. Magnifiek.

Daarvoor vloog ik sowieso ook niet door het leven. Maar ondertussen relativeer ik de dingen toch nog meer. Vrienden zeggen wel eens dat we meer moeten genieten. Dat deden we al, alleen zijn we er nu meer van bewust als we leuke dingen doen.

Ik heb 25 jaar gerookt. Daar kan ik nu niets meer aan veranderen. Volgens de arts is het helemaal niet zeker dat sigaretten de oorzaak zijn van mijn longkanker. Maar ja ... Je weet dat roken sowieso niet goed is. En ik heb het wel gedaan. Zelfs nog voor ik mijn eerste sigaret opstak. Want papa en mama rookten overal. Thuis, en in de auto. Met de ramen dicht. Gelukkig zie je dat nu minder.

RUDY
Gediagnosticeerd in 2009

EMOTIES

Ik negeerde de kanker

Mijn eerste reactie? Ik negeerde de kanker. Ook al zeiden de dokters me dat ik ongeneeslijk ziek was, zo voelde het niet aan. Ik leefde verder alsof er niets was gebeurd. Ik voelde me goed.

Schuldgevoel heb ik niet. Ik heb nooit gerookt. Wat de dokters eventueel als reden gaven voor die kanker? Ze wisten het ook niet. Misschien door de ramen van de auto te veel te openen? En dat je zo slechte lucht inademt? Maar dat lijkt me geen echte reden.

Ik vind het natuurlijk wel erg dat ik longkanker heb, zonder te roken! Dat was een hele slag. Ondertussen heb ik veel patiënten leren kennen met longkanker. En velen onder hen hebben ook nooit gerookt. Ik had altijd gedacht dat ik een hartziekte zou krijgen. Want dat zit in de familie.

Of ik nog kan genieten van het leven? Genieten, dat is een moeilijk woord. Een dag verder leven, dat is eigenlijk al genieten. Maar ondertussen denk je ook: “Hoe lang kán ik nog verder leven?”.

Terug naar boven